maandag 29 januari 2007

Stukje beschaving


Las in de New York Review Books (ook heel beschaafd, maar daar gaat het nu niet over) een artikel over de martelvluchten van de CIA. Je weet wel, dat ze mensen oppakken die van terrorisme zijn verdacht en ze dan naar Egypte of Syrië brengen om te laten martelen, omdat dat daar nog mag. Alsof dat betrouwbaar bewijsmateriaal oplevert.

Canada had Amerika wijsgemaakt dat ene Maher Arar wel eens met Al Qaida van doen kon hebben, dus toen Arar in Amerika overstapte op een ander vliegtuig werd hij in zijn kraag gepakt en naar Syrië verstuurd met een Gulfstream III (kenteken N82MG, voor wie het niet gelooft), om daar eens tuchtig ondervraagd te worden. Gemarteld dus. De FBI had na de aanhouding van Marer nog even gecheckt of hij in Canada vervolgd zou worden, maar toen dat werd ontkend vonden ze het kennelijk toch jammer om hem te laten gaan.

De arme man heeft drie jaar in Syrië gezeten, voordat zijn regering hem vrij wist te krijgen. Bij thuiskomst waren nog wat Canadese ambtenaren zo vriendelijk hem zwart te maken, maar de hele zaak is uitgezocht en er blijkt allemaal niets van waar te zijn.

En nou komt het: Ik lees op Al Jazeera - geen idee, waarom ik dat mijn homepage heb gemaakt, maar je leest er nog eens wat, blijkt nu - dat de Canadese staat Maher 8,9 miljoen dollar (ook aardig wat euro's) schadevergoeding betaalt en dat de Canadese Balkenende hem een excuusbrief heeft geschreven.

De hoogste Mountie van het land (die agenten met die padvindershoeden en die rode jasjes, die het in Lassie nog zo keurig deden) is gekickt (ontslag op eigen verzoek, heet dat in die kringen), omdat hij eerst had toegegeven van zijn fout geleerd te hebben - zij hadden de verdachtmaking doorgegeven aan de Amerikaanse intelligence - en daarna weer zei dat hij van niks wist.

Dat vind ik nou rechtvaardig.

In Amerika is Maher nog steeds verdacht en dat houden ze ook zo, ondanks Canadese verzoeken.

Is dit eigenlijk ook op het Journaal geweest?

zaterdag 27 januari 2007

Van het zonnetje genieten


Maandagmorgen om half zeven vertelde WeatherNews me door de radio dat ik die dag van het zonnetje zou kunnen genieten, maar dat het weer verderop in de week niet meer zo fraai zou zijn.

Het helpt niet bij het opstaan om als een halve gare aangesproken te worden, want halve garen hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel en hoeven zichzelf niet uit bed te sleuren, maar nog erger was dat ik geacht (bevolen?) werd van een zonnetje te genieten waarvan ik helemaal niet kan genieten, want het hoort hier nu te vriezen en te sneeuwen.

Je gaat slachtoffers van de klimaatverandering die zich deze winter ineens onmiskenbaar opdringt toch niet wijsmaken dat het fijn is dat je al bijna in je korte broek de straat op kan? De ijsbeer staat op uitsterven! Hoewel ik de dodo eigenlijk zelden mis en ik het wel geruststellend vind dat ik niet meer tegen een mammoet aan kan botsen als ik hier de hoek om sla, wil ik wel graag kou in de winter en warmte in de zomer en tussendoor van allebei wat.

Heeft WeatherNews besloten de klimaatverandering te negeren en er gewoon een gezellige boel van te maken? Vol goede moed de ondergang tegemoet? Ook een manier om met de inconvenient truth om te gaan.

zondag 21 januari 2007

Anna is dood



Ik bedoel Anna Politkovskaya, de Russische journaliste, die 7 oktober vorig jaar vermoord is. Ik vond het toen al erg en daarom heb ik haar boek Putin's Russia gekocht, toen ik het in de boekhandel zag liggen, als een soort eerbetoon. En nu ik het gelezen heb vind ik het helemaal erg.

Ik vond het Rusland van na de Perestroika wel intrigerend, met al die omhooggevallen oligarchen, een soort cowboyland, net als Amerika in de 19e eeuw, een beetje rommelend op weg naar een grootse toekomst.

Maar Rusland is bar en boos. Als Politkovskaya gelijk heeft, en dat heeft ze natuurlijk, is het een volslagen hopeloos land, waarin iedere rechter en iedere politieman te koop is. En iedere politicus. Lachwekkend is een geval waarin twee ongure types om de macht over een fabriek strijden. De een schakelt de plaatselijke commissaris in, de andere heeft banden met de provincie. Beide sturen hun ordetroepen, die dan een beetje verbaasd tegenover elkaar staan.

De massa's leven in diepe armoede en politieke apathie (ze stemmen gewoon op Poetin). Politkovskaya heeft een grenzeloos medelijden met ze, maar stelt gelijk ook hun apathie aan de kaak. Je krijg per slot van rekening de regering die je verdient (wij Balkenende).

De beschrijvingen van alle verwoeste levens maken niet echt vrolijk, die van de enkeling die het wel maakt, met veel commercieel talent en de nodige omkoperij, is weer wel aardig om te lezen. Succes blijft aanstekelijk.

Poetin is een autocraat die zich met middelmatige KGBers omringt die gewend zijn bevelen op te volgen. Uitleggen wat je van plan bent geldt in die wereld als zwakte en debatteren doe je helemaal niet. Fijne politici.

En dan heb je iemand die alle ellende natrekt en optekent en die laten ze dan gewoon in de lift van haar flat door haar hoofd schieten.

Hoe kunnen ze nou iemand vermoorden die zo goed op papier heeft gezet wat er allemaal loos is in dat land? Dit klinkt natuurlijk wat naïef, maar een moord komt wel erg dichtbij als je een goed boek van de gedode hebt gelezen.

Kortom, allemaal dat boek lezen en uit de buurt blijven van alles wat Russisch is. Rusland is een derdewereldland met olie, aardgas en een stel verroeste kernwapens, allemaal te koop voor de hoogste bieder.

donderdag 4 januari 2007

Tanden borstelen voor het milieu


Nadat mijn briljante dochter vanavond haar tandjes had gepoetst, kon ik de plak er nog zo met mijn duimnagel afkrabben. "Jij moet de elektrische tandenborstel maar eens gaan gebruiken!"

"Nee, want daar krijg je orkanen van."

"?"

"Ja, want dan moeten ze stoken voor de stroom en dat is slecht voor het milieu en daar krijg je orkanen van".

De Inconvenient Truth in twee zinnen uitgelegd door een zevenjarige, zonder PowerPoint. Mijn Briljante Dochter.

woensdag 3 januari 2007

Impulsaankoop


Ik moest een nieuw horlogebandje, want het oude begon zwart uit te slaan. Ik draag naar kantoor het horloge dat mijn vader heeft gekregen toen hij 25 jaar bij de zaak was in 1978, een gouden gevalletje met inscriptie dat zichzelf opwindt als je je pols af en toe beweegt. En ik heb toen ik 40 werd mezelf een gadgethorloge van Nike gegeven (model Lance Armstrong) met twee tijden, een hoogtemeter, een compas, een barometer, een stopwatch en een geval waarmee je afdalingen op de ski kunt meten op de een of andere manier (combinatie van stopwatch en hoogtemeter: de stopwatch gaat vanzelf lopen als je een bepaalde hoogte hebt overschreden. In benedenwaartse richting welteverstaan, skiën gaat namelijk van boven naar beneden, maar dat weet binnenkort niemand meer als de global warming nog even doorsuddert). Het Lance Armstrong-horloge begon nog al sleets te worden op het bandje en het hield er laatst ook een keer mee op. Bovendien zag het er inmiddels te goedkoop uit om mensen te imponeren en daar is een horloge natuurlijk ook voor. De tijd kun je ook vinden op je mobiele telefoon.

De juwelier, ik mag wel zeggen: mijn juwelier, want ik kwam er al voor de derde keer een nieuw bandje halen en hij heeft ook een keer het glas gerepareerd en de wijzers teruggebogen toen het tijdens de pogo platgetrapt was, mijn juwelier dus, was aan het bellen. Het ging over een hoorspel dat hij in Montfoort had gemaakt en leek best boeiend, maar ik vond wel dat hij nogal lang bezig was in aanmerking genomen dat er een klant voor zijn neus stond.

Dus ging ik in arren moede maar horloges kijken, want ik voelde al enige maanden wat onrust over de teruggelopen status van mijn polssierraad. Toen zag ik een prachtige Citizen met een blauwe wijzerplaat met allerlei onbegrijpelijke tekens. Mijn eerste horloge had ook een blauwe wijzerplaat, tot het bij het hockeyen met een stick werd doorkliefd, dus de liefde ontluikte snel en krachtig en toen ik een nieuw bandje voor mijn oude horloge had uitgezocht vroeg ik of ik de Citizen even mocht zien. Dat mocht, want een goeie juwelier laat geen mogelijkheid om wat te verkopen voorbijgaan.

Het was heel mooi, duur en het kon bijna niks. Alleen datum en tijd aangeven en er zat een soort rekenlineaal op voor piloten. En je kon er 200 meter mee onder water. Ik vraag me overigens af wat een piloot daaraan heeft. Stel je voor dat EasyJet verkondigt dat alle piloten voorzien zien van een waterdicht horloge, dat zou toch geen reclame zijn.

Wat heel nuttig is aan mijn horloge is dat het altijd goed staat. Het luistert naar een zender in het bekende Mainflingen, die twee keer per dag het signaal van een atoomklok (god mag weten wat dat is) doorgeeft die maar één seconde per één miljoen jaar voor- of achterloopt. Ik hou erg van klokken die gelijk lopen, maar met deze afwijking kan ik wel leven. Het horloge van mijn vader loopt bijvoorbeeld een minuut per dag voor, dat is echt te veel. Overigens heeft mijn juwelier een wonderlijk apparaat dat die afwijking kan meten en ook nog een heel fijn dreveltje waarmee hij dan iets in het horloge kan verstellen, zodat het beter loopt, maar nog altijd niet zo goed als die atoomklok.

Helemaal mooi aan mijn horloge is dat het geen batterij nodig heeft. Het eet licht van de lamp of de zon en kan dat ook hamsteren. Als hij goed gegeten heeft kan er zelfs een winterslaap af van 2 jaar.

Ik heb nog even getreuzeld voor ik ja zei. Dat mocht ook al van de juwelier. Hij kon dan even een klant helpen die een batterijtje nodig had voor een horloge dat hij twee deuren verder had gekocht. Mijn juwelier biedt tenminste nog service. Hij heeft het bandje - de band, mag ik wel zeggen - ook heel geduldig zes keer bijgesteld. Schakeltje eruit, één tandje strakker, twee tandjes strakker, drie tandjes, nog een schakeltje eruit, toen weer een tandje losser, en nog een, en toen durfde ik het wel aan.

En toen heb ik betaald. Het instructieboekje was kwijt, maar dat stuurt mijn juwelier me nog na. Ik fietste tevreden naar huis, wel een beetje ongerust dat er spatjes op zouden komen. I. vond het lelijk, maar ik mocht wel af en toe voor haar kijken hoe laat het was. Bovendien was ze blij voor mij.

De grote stress kwam toen ik het op het Internet ging checken. Citizen USA kende mijn horloge helemaal niet, maar in de USA kunnen ze de atoomklok uit Mainflingen niet ontvangen, dus dat is eigenlijk niet zo raar. Citizen Europe had wel een beschrijving. Het viel wel even tegen dat de adviesprijs van mijn juwelier honderd euro hoger lag dan die van Citizen Europe, maar gelukkig had ik daar weer honderd euro korting op gekregen. En het bandje voor mijn vaders horloge was ook gratis. Ik verdring even dat het horloge op een enkele dubieuze site (waar ze het bandje natuurlijk niet voor je inkorten) 15% goedkoper is.

Het instructieboekje dat op de Europese site stond kwam weer helemaal niet in de buurt van mijn kloeke AW 2020-53L. Dat zat me weer dwars, tot ik op de Amerikaanse site een betere versie vond. Ik heb al snel besloten dat ik dat niet ga begrijpen. Met name de uitleg van de rekenlineaal gaat me boven mijn pet. Op de middelbare school begreep ik daar al geen zak van en ik hoef ook aan niemand voor te kunnen rekenen hoe snel mijn brandstoftank leeg is als ik 120 gallons kerosine per 5 minuten gebruik. Toch is het wel fascinerend, een wijzerplaat met aanduidingen van gallons, knots en lbs. Ik kan het allemaal nauwelijks lezen, maar dat versterkt de fascinatie alleen maar.

Kortom, een heerlijke impulsaankoop, ook nog na zes uur. Nu maar hopen dat het eerste krasje heel lang op zich laat wachten.

zondag 3 december 2006

Kunst of kitsch in het wijnrek


Zoals er mensen zijn die een Rembrandt verwachten te vinden op de dingesmarkt met Koninginnedag, zo zijn er ook mensen die voor een krats een topwijn verwachten te vinden bij de Albert Heijn, de Aldi of de Jumbo. In Nederland zijn er ook boekjes voor, zoals de Supermarktwijngids van Nicolaas Klei, een gesjeesde (?) economiestudent met clubvrienden die voor het AD schrijft. De arme man laat zich ieder jaar na de wijnoogst in alle supermarktmagazijnen opsluiten om het wijnassortiment door te nemen. Hij schrijft daar best geestig over. In een vorige aflevering was een van de kwaliteitspredikaten iets in de trant van: het was niet te drinken, maar in ieder geval loopt de gootsteen weer door. En zo had hij er nog 9 weten te bedenken. Inmiddels is hij teruggegaan naar een vijfpuntsschaal met nog een rubriek "dit moet de supermarkt zelf maar opdrinken". Ook een innovatie in de beoordeling (voor mij dan, want mijn vorige Supermarktwijngids is van 7 jaar geleden) is de Omfietswijn (vaut le detour, heet dat geloof ik in de Michelingids). Kan het Nederlandser? Met de fietstassen naar een vreemde supermarkt om wijn in te slaan die onder een net iets andere naam of van een akker een boerderij verder het vijfvoudige kost? En zo is het ook goed. Met mijn vorige gidsje heb ik een keer als een nerd in de Super de Boer om de hoek staan zoeken naar een Oostenrijkse prijswijn. Ik schaam me nergens voor, zeker niet als het geld uitspaart. Helaas stond de wijn er niet bij.

Ik ben, zo kom ik hier op, gisteren wezen shoppen en kwam bij de Hema een rek tegen waar alle Omfietswijnen stonden te pronken, met 15% korting, samen met de gids van Klei. Ik ben meteen los gegaan en heb er vier in mijn mandje gestopt. Vervolgens kwam ik bij de AH, die met een iets zuinigere 10% korting - de prijzenoorlog is duidelijk voorbij - over de brug kwam en hele dozen bekroonde wijn klaar had gezet. Een van de toppertjes was dan ook niet meer te vinden. Ik heb er daar drie meegenomen.

Voor de Sinterklaasviering, de goedheiligman was dit jaar erg vroeg bij ons, had ik van de week al twee wijntjes gekocht die me wat lekkerder leken. Normaal ga ik dan af op het etiket. Ik val voor imitatie-handgeschept crèmekleurig met letters met krullen of voor hele strakke ontwerpjes. En ik kijk dan nog even naar de herkomst. Bordeaux begin ik niet aan, Bourgogne of iets uit het zuiden van Frankrijk vind ik wel lekker. Rioja of Valdepenas (tempranillo-druifje) lust ik ook. Verder weet ik het niet zo goed. Als het van de Cabernet is vind ik het meestal wel OK. Of van de Montepulciano, want dat is behalve een prachtig Renaissancedorp in Umbrië ook een druif, weet ik nu van Nicolaas. Maar goed, een van die lekkere wijntjes waar ik 6 euro voor had neergelegd (het dubbele van mijn favoriet, Hardys Bin 343, die het met twee glaasjes moet doen, maar wel Omfietswijn is), vond ik eigenlijk maar slap en nikserig, maar van Nicolaas krijgt hij vier glaasjes. Op een schaal van vijf. En allemaal vriendelijke woordjes. De Chardonnay die ik had ingeslagen kreeg er ook al vier. Kennelijk is het niet zo gek om wijn op de combinatie van herkomst en uitvoering van het etiket te selecteren, maar zelf vond ik de Chardonnay slap. Als ik erover nadenk is alle Chardonnay die ik de laatste tijd heb gebruikt slap, dus het hoort kennelijk zo, maar het is wel jammer van die twee flessen uit de ranglijsten die ik gisteren heb meegenomen.

Wat ik maar wil zeggen is dit: als Nicolaas het OK vindt, vind ik het nog niet automatisch OK. Da's misschien wel even Nederlands als Omfietswijn: als de wijnautoriteit iets anders zegt dan ik, dan heeft de autoriteit een probleem, niet ik. Of is dat gewoon eigenwijsheid?

In ieder geval heb ik gisteren weer geleerd dat wijnhandel serieuze handel is en de handel in wijngidsen al helemaal, zo vlak voor Klaas en Kerst. En ik heb heerlijk voor 35 euro impulsaankopen gedaan, geholpen door de gids van meneer Klei. Hij schrijft zo leuk dat het boek ook zonder de wijn te proeven zeer onderhoudend is, hoewel daarmee niet gezegd is dat ik alle 816 pagina's ga doornemen. Het boek gaat wel mee naar de Albert Heijn volgende keer dat er wijn gekocht moet worden, dik of niet, ik ben toch een snob.

Is Focus goed?


Focus is zo'n beetje de enige Nederlandse supergroep, in de zin van een groep die ze over de grens ook kennen. Dat was in de eerste helft van de jaren zeventig, toen Jan Akkerman in London woonde en zich in een Rolls Royce liet rondrijden. Ik weet nooit wat ik ervan moet vinden. Die klassieke invloed vind ik maar kitsch en het gejodel van Thijs van Leer is echt over the top. (Wel knap, die keiharde falset). Maar ja, die gitaarstukjes in Focus III, vooral het priegelwerk, telkens vóór die lange halen met aanzwellend volume, die zijn onweerstaanbaar.

Dat er gewoon nog naar Focus wordt geluisterd zie je op YouTube. Staat vol met clipjes van Focus die door Amerikaanse pubers (?) zijn neergezet en verwelkomd door ouwe ballen die aan vroeger moeten denken (zie de comments). Ik werd geraakt (bam!) door een clipje van Focus II (handig die volgnummers), opgenomen in kasteel Groeneveld bij Baarn, waar dat hele Moving Waves is opgenomen. Ik ken het alleen van de Kikker-tentoonstelling op zolder, maar in die tijd was het kennelijk een soort artiestenkolonie. De site van kasteel Groeneveld zwijgt er wijselijk over. Je ziet op het clipje een Thijs van Leer met hoofdhaar en zonder die achterlijke compensatiebakkebaarden, in een kek afghaans jasje en de rest van het stel. Jan Akkerman staat voor een buitenmodel gitaarversterker waarvoor ik het plafond thuis zou moeten wegbreken. Omdattie live is, is deze opname veel minder gladjes en gedateerd dan de studio-opname. Het is leuk om Akkerman bezig te zijn en fouten te horen maken en vooral om Pierre van der Linden tekeer te horen gaan.

Nu we toch aan het aftellen zijn, Focus I staat ook op YouTube. Luister naar de solostukjes van Akkerman, dat is ineens weer jazz.

zondag 19 november 2006

Een Singer naaimasjien!


Altijd gedacht dat het Singer-museum in Laren van de erfgenamen van het naaimachine-imperium (http://www.singerco.com/company/history.html) was.

Nee dus. Vandaag naar Loving Art, De William en Anna Singer-collectie geweest. William Singer sr. was een staalmagnaat uit Pittsburgh, die zo slim was geweest om zijn fabriek aan Carnegie over te doen in ruil voor aandelen-Carnegie in plaats van contante dollars, zo zijn vermogen aardig zag groeien en ook meehielp als directeur van de nieuwe onderneming. Hij zag er geen been in loonsverlagingen in te voeren en stakingen te breken, begreep ik uit de catalogus.

Zoonlief had daar allemaal niet zo'n zin en werd schilder. Hij ging met zijn vrouw Anna naar Europa en vestigde zich onder andere in Laren, toen nog een boerendorp, waar de treinverbinding met Amsterdam overigens langzaam een einde aan maakte, en een kunstenaarskolonie. Heb je die tegenwoordig nog?

Daar hield Singer zich bezig met schilderen, in de stijl van de impressionisten, en, samen met zijn vrouw, kunst verzamelen, spulletjes kopen voor in huis en een uitgebreide vriendenkring onderhouden. Als je de tentoonstelling gelooft kenden ze iedere impressionist die wat voorstelde in die tijd persoonlijk. En dat is ook niet zo gek. Als ik impressionist was zou ik ook best vrienden willen zijn met een Amerikaan die mijn doekjes kocht en me mee uit eten nam.

Op de tentoonstelling kun je zien wat ze allemaal zo´n beetje bij elkaar gekocht hebben. En passant word je natuurlijk uitgelegd dat Anna en William heel bijzondere mensen waren (je kunt moeilijk anders verwachten in het gelijknamige museum) en er lopen twee acteurs verkleed als William en Anna rond, maar die hebben we gelukkig weten te vermijden. Altijd al een bloedhekel gehad aan publieksparticipatie, ik zit nooit rustig bij een voorstelling op de eerste rij.

Bij elk schilderij staat als het even kan waar het gekocht is en wat het gekost heeft. Je kunt daaruit afleiden dat de erfenis van William sr., die in zijn vrije tijd ook graag wat penseelde, niet gering was. Wat een mazzelaar, die William jr, een fortuin erven dat verdiend is met staalarbeiders uitbuiten en woekerwinsten (ze konden goed kanonnen maken in Pittsburgh) en vervolgens doen of je van niks weet en mooie doekjes gaan schilderen, verzamelen en lekker uit eten met andere schilderaars.

Het jammere is eigenlijk dat Singer niet zo'n vooruitstrevende smaak had. Hij deed gewoon lekker mee met de impressionisten en dat was ook wat hij verzamelde. Er hangt één doekje van Van Dongen (volgens het bijschrift waarschijnlijk een vergissing) en eentje van Sluijters, maar dat hoort geloof ik al niet meer bij de collectie van de Singertjes. Die hielden erg van Nederlandse taferelen. Ik kreeg de indruk dat Nederlandse schilderkunst rond de eeuwwisseling niet aan te slepen was naar de rijkgeworden staalmagnaten.

De schilderende burgerij en haute-bourgeoisie in de kunstenaarskolonies raakte langzamerhand ook geïnteresseerd in de gewone man en zijn sores. Met name dan van de landman. Die konden ze moeilijk negeren daar in Laren. Er hingen aardig wat schilderijen met als thema moederliefde en kindervreugd en dan bij het gewone (landbouwende) volk. Ik vond het een beetje sentimenteel af en toe.

Gelukkig ben ik een jaar of zes geleden in hetzelfde museum naar de Sluijters-tentoonstelling geweest. Ik heb de catalogus nog even doorgebladerd en als ik niet zo gierig was had ik hem gekocht. Wat Sluijters maakt is alleen al door het kleurgebruik stukken levendiger (een enkel pointillistisch doekje van Singer en zijn vrienden daargelaten) en Sluijters is ook niet bepaald preuts. Leuk om dat weer even te zien.

Het huis dat de Singertjes lieten bouwen is nu het schaftlokaal bij het museum. Als je daar wat bestelt krijg je een traytje met daarop een placemat met foto's van hoe de woonkamer van de Singertjes er vroeger uit zag. Dat is leuk om te zien. William had een zijkamer laten maken met een biljart. Dat lijkt me ook leuk, maar dan met een pooltafel. Ik kan geen caramboles maken.

Al met al een even beschaafd als aangenaam doorgebrachte zondagmiddag.

zaterdag 18 november 2006

My name Borat


Waarbij de “e” in “name” ook wordt uitgesproken. Gisterenavond fijn naar deze film geweest met Journalistiek Begaafde Vriend D. Een jaar of drie geleden waren we al samen naar Jackass The Movie geweest – Johnny Knoxville was daarna korte tijd mijn favoriete acteur – en we wilden nog wel een keer zo lachen. We hebben toen namelijk anderhalf uur achter elkaar buikpijn gehad van het lachen. Dat soort dingen vinden we namelijk leuk. Leuker dan Nederlands cabaret, om maar eens iets te noemen. Het viel me wel op dat we de oudsten waren in de zaal en dat ik de enige was met een bril.

Nou, Borat is wel stukken minder geestig. Maar het is onthutsend wat je mensen allemaal kunt laten zeggen als je een camera op hun kop richt. Dat je met een Hummer ongeveer 55 km per uur moet rijden als je een groep zigeuners dood wil rijden, dat soort dingen. Of je kunt een groepje keurige mensen aan tafel krijgen voor een dinner party, met de dominee erbij, dat je dan minzaam de Westerse manieren blijft uitleggen, zelfs als je na toiletinstructie met je drol in een plastic zakje terugkeert aan de dis. En niemand die er intrapt. Niet in de film, althans. Ik vroeg me voortdurend af: “is dit echt?” en “hoe lang heeftie moeten zoeken tot hij iemand vond die zo gek was om dit te zeggen voor de camera?”.

Al met al eerder melig dan lachwekkend. Ik moest wel onweerstaanbaar lachen toen ik Borat en Azamat samen op de rug gefilmd aan de rivier zag, Azamat voorovergebogen, hij was zich aan het wassen, en Borat staand en plassend. Ik heb niet gekeken welke kant het water op stroomde.

woensdag 15 november 2006

Waar moet ik nou toch op stemmen?


Heb altijd, behalve de eerste keer (D'66), op de PvdA gestemd. De laatste Stemwijzer vond dat ik bij D'66 hoor en hoewel dat een schok was, voel ik er ook wel voor om niet op de PvdA te stemmen. Die partij laat te weinig van zichzelf zien en is er meer op uit in de regering te komen dan iets goeds te doen. Bovendien wil ik niet dat er een coalitie komt van PvdA en CDA. Balkenende moet weg en rooms-rode samenwerking lijkt me tot verstarring te leiden. Die gaan alleen maar ruzie maken.

Ik heb het dus aan mijn Begaafde Zoon van 10 gevraagd. Die zou Marijnissen stemmen, want de SP is voor meer verzorgingshuizen. Mijn mond viel open toen ik het hem hoorde zeggen. Was dit een uitspraak uit de categorie "Ik ben heel tevreden met mijn figuur" of zat er meer achter? Daar kom je dan weer niet zo gemakkelijk achter met een 10-jarige.

Wat me in ieder geval aanspreekt in de SP is het activisme en het opkomen voor mensen die niks te makken hebben. Tegelijkertijd vind ik het een beetje een populistische club, onder de absolute leiding van Jan. Hoe gaat die ervoor zorgen dat we overeind blijven tegenover de boze buitenwereld? Da's natuurlijk altijd het dilemma: hoe zorg je dat er eerlijk gedeeld wordt en tegelijkertijd ook nog wat ondernomen?

In de krant van gisteren stond een pleidooi van Frank Kalshoven voor een Groen Links-PvdA-VVD-coalitie. De combinatie linlks-liberaal lijkt me ook wel wat. Maar op welke partij moet je dan stemmen? Als ik Groen Links ga stemmen kan er ook zo weinig van de PvdA overblijven dat VVD en CDA weer samen gaan, misschien wel met de ChristenUnie erbij. De conservatieven in CDA en VVD krijgen het dan voor het zeggen. Jakkes.

Als ik er uit ben vertel ik het wel.

De Stemwijzer nog maar eens een paar keer geprobeerd. Van dat KiesKompas begrijp ik niet zo veel. Wat ik ook doe (gewicht van vragen verschuiven, de vragenlijst nog eens opnieuw invullen), D'66 staat altijd bovenaan, de partij van Lousewies en Alexander, en de Borissen, niet te vergeten. Maar ja, ik vind grondrechten (niet zo panisch doen over terrorisme, autorijden is gevaarlijker) belangrijker dan nivellering en de ontslagbeperking mag ook wel wat minder. Daarin vind ik Groen Links (of GroenLinks?) dan weer op mijn weg.

Het gaat dus tussen GroenLinks en D'66. Een.NL en de nabestaanden van Fortuyn blijken me ook na aan het hart te liggen, maar dat wil ik niet weten.

Gelukkig heeft een munt ook twee kanten, dus daar moet ik wel uitkomen straks in het stemhokje.

Een wonder!


Vandaag is Alexander Pechtold voor de tweede keer in één week aan mijn verschenen! Vorige week op een receptie, vandaag kwam hij voorbij gestieffeld in het gebouw van de Tweede Kamer, waar ik zat te antichambreren. Dit kan toch geen toeval zijn? Iets (de oppergod van het ietsisme) wil dat ik op D'66 stem, het kan niet anders.

Nou heb ik een half jaar geleden een keer op een terras naast Rita (zou ik Rita mogen zeggen, hier in het openbaar, op het Internet?) Verdonk gezeten (wel aan een ander tafeltje), wat me pas opviel toen ik me afvroeg waarom de vrouw naast me naar me keek van Wat kom jij hier doen? en er drie Sterke Mannen met oortelefoontjes en glazen water voor zich aan het naburige tafeltje zaten en eens om me heen keek. Misschien was dat ook wel een teken. Maar toen waren er geen verkiezingen. Blij toe.

Pechtold had trouwens ook geen Sterke Mannen om zich heen, wel een Potige Blonde Dame.

woensdag 8 november 2006

Casus


Ik heb me er nooit toe kunnen zetten iets over opvoeding te lezen. Zelfs tijdens de zwangerschappen heb ik Penelope Leach niet ingekeken. Nu probeer ik het nog een keer met De Kleine Ontwikkelingspsychologie deel 2 (mijn kinderen zijn de leeftijd van deel 1 al ruim gepasseerd) van Rita Kohnstam. En het lukt weer niet, zodat ik me oud-Hollands schuldig en bezwaard kan voelen, ook wel weer een vertrouwd gevoel is.

Wat me wel lukt en waar ik ongelofelijk veel plezier in heb is elke week Nieuws Uit de Natuur van School TV opnemen op een DVDtje, zodat de kindertjes dat in het bijgebouw van de school waar geen kabel is kunnen bekijken. Ik vind het helemaal fijn om me voor te stellen hoe mijn Briljante Dochter (die in Groep 4 zit, maar dat voor ouden van dagen altijd ongevraagd minzaam converteert naar Klas 2) en haar klas op woensdagochtend voor de buis zit en ik weet dat mijn dochter apetrots is dat papa ook wat bijdraagt aan het klasseleven. Ze is nu zelf natuurlijk ook belangrijk, want zij brengt elke woensdag de DVD mee.

En nu vraag ik me dus af, wat draagt nou meer bij aan het geluk van Mijn Jongste? Dat ik me door dat boek heen worstel of dat ik dat DVDtje maak?

zondag 29 oktober 2006

Midas en sport


Ik kijk nooit zoveel teevee, dus ik wist niet precies wie Midas Dekkers was (aangenomen dat je daar via de teevee achter kunt komen), maar het leek me een zuur mannetje dat niet te beroerd is om dwars tegen de gangbare mening in te gaan. Toen ik in de boekhandel een heel boek van hem tegenkwam dat Lichamelijke Oefening heette, leek me dat een goeie aanschaf.En dat had ik helemaal goed gezien.

Sport is nergens goed voor, althans niet voor je gezondheid. Los van het feit dat de roots liggen in militarisme (de Engelse tak) en racistisch nationalisme (de Duitse tak) - niet echt een stamboom om trots op te zijn - werkt het dus ook niet.

Een beetje bewegen - de auteur adviseert om de boodschappen voortaan te voet te doen, 10 kilometer hardlopen kost ook niet meer energie dan 10 kiliometer wandelen - is meer dan genoeg. Je knieën en pezen uitwonen in een marathon is alleen maar stom. Gelukkig was ik nog niet begonnen met trainen.

Ik heb het altijd al gek gevonden dat sommigen mensen hun adolescentenbestaan slijten met 6 uur in een zwembad liggen om dan in een wedstrijd van een paar minuten geen medaille te winnen. Het is wel ijverig, maar als investering lijkt het me toch tamelijk onverantwoord.

En nu vind ik eindelijk Midas aan mijn zijde. Is het niet heerlijk?