vrijdag 26 juni 2009

Van mij mochtie onderhand wel dood


Bij wijze van spreken dan. Net zoals Joop van den Ende met die ene musical ons probeert wijs te maken dat we in de jaren zeventig allemaal gek van Abba waren, probeert de hele televisie me nu wijs te maken dat we in de jaren tachtig fan waren van Michael Jackson.

Ook onzin. Ik keek alleen maar naar Abba bij Toppop omdat het altijd op één stond en ik de hele show tegen beter weten uitzat in de hoop eindelijk eens een clipje van de Stones (It's only rock 'n roll), Bachman Turner Overdrive of Slade te zien. En dan niet alleen het geluid, terwijl het ballet van Penny de Jager door het beeld hopste.

In de jaren tachtig was het nog steeds niet veel bij Toppop. In 1982 stonden op één Drukwerk, nog steeds dat verrekte Abba, Tight Fit (The Lion Sleeps Tonight), Bucks Fizz, Orchestral Manoevers in the Dark, Nicole en Musical Youth. Dan kan Michael Jackson er nog wel mee door en dat verklaart misschien dat Thriller in mijn LP-verzameling voorkomt (waarschijnlijk cadeau gehad van verkeerde vrienden, of familie). Op Pinkpop had je Doe Maar, Kid Creole, Mink Deville en ZZ Top, naast wat definitief vergeten sterren. Ook niet veel bijzonders dus.

Eigenlijk is Thriller, op de gitaarsolo in Beat It (Eddy van Halen) en Human Nature ook waardeloos. En Jackson is ook niks voor ons soort mensen, hier op de VKBlog, met zijn piepstem ("Blame it on sunshine, blame it on the boogie") en zijn halve neus. Laat ze in Hilversum maar lullen. Niet sentimenteel doen over dit sneue type.

Zet "24 hour party people" anders even op (heb ik gisteren voor het eerst gezien). Dat weet je weer wat je mooi vond in 1982. Als je dat even vergeten was.

zaterdag 20 juni 2009

Schroefdop


Ik maak echt van alles mee. Van de week fietste ik door de grote stad A. langs een jonge vrouw, die dwars op de buddyseat van haar rode Vespa, die op de standaard stond, wild met twee armen zat te gebaren (gesticuleren, voor de lezer die niet terugdeinst voor een paar lettergrepen extra). Zomaar op de stoep, pal naast de weg. Ze had een ouwerwetse valhelm op en een opengeklapt mobieltje klemvast tussen helm en oor, zoat ze er handsfree in kon praten, wat ze ook vol overgave deed. Met op haar neus een overmaatse zonnebril, maar niet groot genoeg om het rode, betraande vel rond haar ogen te verbergen.

Ik vind dat we toch veel te danken hebben aan de mobiele telefonie. Maar klaag rustig verder.

Eigenlijk wilde ik vertellen dat ik vandaag een fles Prosecco met een schroefdop heb gekocht (ik zei al dat ik veel meemaak). Grensoverschrijdend. Ik moest denken aan de vele obers die ik aan mijn tafeltje heb zien zweten met kurken die niet wilden, al helemaal in Amerika (de Verenigde Staten daarvan), waar de ober moet bewijzen dat hij de kurketrekker niet stiekem door het uiteinde van de kruk heeft geboord, door het ding na het trekken in het uiteinde van de capsule - die dan niet van plestik mag zijn - te prutsen, die niet helemaal van de fles los mag, en ter inspectie aan de fles te laten bungelen. Maar goed, dat is dus zo langzamerhand geschiedenis. Net als dure flessen wijn, die nadat je jarenlang de verleiding van het voortijdig openen hebt weten te weerstaan en eindelijke een echt goeie gelegenheid voor consumptie hebt gevonden, naar de klote/vaantjes/ratsmodee blijken te zijn vanwege kurklek.

Mijn vader heeft zijn hele leven naar de ideale kurketrekker gezocht, er gaat geen Sinterklaars voorbij zonder dat ik een nog vernuftiger model krijg, maar dat is nu dus allemaal voorbij. Toen hij de perfecte grammafoon had gevonden, en gekocht, kwam ook een week later de CD op de markt. Maar goed dat hij nooit is gaan beleggen, want van toekomst voorspellen heeft hij duidelijk geen verstand.

Het is natuurlijk wel praktisch, het scheelt wijn door een zeefje gieten als je de kurk gemold hebt, en het is ook heel hygiënisch (slecht voor de antistoffen?), maar we zijn wel weer een ritueel kwijt in Nederland.

Maar gelukkig zorgt de mobiele telefoon weer voor nieuwe en zo is het leven toch rechtvaardig.

Life sucks, then you die


Ja lieve lezer, het is een levenshouding die mij wel aanspreekt. Het heeft wel iets slooms en machteloos: het leven doet maar wat met je en als beloning ga je de pijp uit, 4 miljard jaar in je graf liggen tot de zon ontploft of stopt met branden en daarna moet je maar weer zien wat er gebeurt. En in de hemel is geen bier, dus dat wordt lang wachten.

Toch weet iedereen dat mensen die niks willen gelukkiger zijn dan mensen die van alles willen. Dus ook mensen die het leven nemen zoals het suckt, nog afgezien van wat daarna komt.

Dit onderwerp kwam gisteren rond elf uur ter sprake toen mijn liefste liefje en ik uitkeken vanaf mijn terras over nachtelijk Utrecht en mijmerden. Wij zijn allebei in de veertig, ik al gevaarlijk dicht bij de vijftig, zij kan nog even mee, en dan ga je mijmeren: Wat hebben we ervan gemaakt en is dat alles? Voor bijsturen is het immers zo langzamerhand te laat.

De stelling van de avond was: talent, geluk en hard werken, dat is wel het minste dat je nodig hebt om het Nirwana van Uitgekomen Jongensdromen (m/v) te bereiken. Nou ben ik op het moment iets ICT-erigs en daar kon je niet van dromen in de jaren zestig, toen ik nog een jongen was, want dat bestond toen nog niet, dus alleen om die reden ga ik al niet in de prijzen vallen.

Daar komt bij dat ik niet zo van hard werken houd. Dat leidt maar af van allerlei prettige dingen en ik zou het vervelend vinden als dat echt nodig zou zijn om ergens de top van te bereiken. En ik wil er ook niet aan. Ik gooi Keith Richards altijd – ik heb het er namelijk nogal eens over met vrienden, vriendinnen en ook met betaalde therapeuten, die me allemaal graag de weg willen wijzen - in de strijd als argument dat een blije verslaafde met toevallig een absoluut gehoor het toch een end kan schoppen. En ik zie die man geen etudes spelen, laat staan de 20.000 uur volmaken die nodig zijn om een supertalent te worden. Terwijl het me ook niet iemand lijkt die tot zijn 67e moet doorwerken om nog een acceptabel pensioen binnen te harken.

Op de een of andere manier maakt mijn voorbeeld nooit indruk, terwijl ik zo ontzettend gelijk heb (Citaat van de dag: “Mensen vinden je al gauw eigenwijs, als je altijd gelijk hebt.”) Al dat gestreef leidt onvermijdelijk tot teleurstelling, want er zijn nogal wat kapers op de kust die ook Cruijff, Madonna, Obama of moeder Teresa willen worden, en als je vindt dat de wereld aan je voeten kan liggen als je maar hard genoeg je best doet en je eindigt toch in de ICT, dan heb je het ook nog zelf verkloot en kun je je ook nog eens schuldig gaan liggen voelen. Totdat de zon ontploft. Geef dan gewoon het leven de schuld, dat ligt een stuk lekkerder.

donderdag 18 juni 2009

En nu?



Het is vijf voor tien en die rotkinderen liggen eindelijk in bed.

Ik kan nu:
- Krant lezen
- Tullevisie kijken
- Boek lezen
- New York Review lezen
- Gitaarsolo van You do something to me instuderen
- Akkoordjes van Het Dorp oefenen
- Was opvouwen
- That 70's Show kijken
- In bed gaan liggen
- Op de bank gaan hangen
- Iemand bellen
- Mail van mijn werk checken
- In de Wikipedia gaan neuzen
- De planten water geven
- Kijken wat de goeie hartslag is om te trainen op de fiets
- Geld uitlenen op Kiva.org
- Italiaans leren voor de vakantie
- Wii-Fitten

Allemaal leuke of nuttige dingen. De nuttige kunnen niet eeuwig wachten, van de leuke zijn er zoveel dat ik moet kiezen en dan zijn ze niet leuk meer.

Iemand medelijden?

Ik ga wel een blogje schrijven voor de Volkskrant, dan hoef ik er niet over na te denken.

zaterdag 6 juni 2009

Onze bevrijders


Ik zag deze foto en ik was nogal geroerd. Amerikaanse soldaat, vast opgegroeid op een boerderij ergens in Wisconsin of een andere uithoek, met honkbal en high school, nooit gehoord van Baudelaire, knoflook of de Tour, maar wel mooi aan het eind van zijn jeugd een geweer in zijn handen geduwd en de oceaan overgestuurd om op een Normandisch strand door een volslagen onbekende neergeknald te worden.

Die Fransman die dat briefje erop geprikt heeft, "Mort pour la France", in 1944, zag nog wel dat dat een groot offer was. Mijn krant opent 65 jaar na dato met Wilders, puf-les, IJsland en - dat komt nog een beetje in de buurt - Obama in Buchenwald. Anders niks.

Word ik te oud of zo? Of sentimenteel?

Moet je nou eens kijken!


Ik weet niet meer hoe ik er terecht ben gekomen, maar ik heb een fantastische presentatie (met Hongaarse ondertiteling) gezien van een Engelse creativiteitsprofessor (Ken Robinson) die fascinerende dingen roept over onderwijs en creativiteit met boeiende oneliners als:
- Het onderwijs is erop ingericht om hoogleraren wiskunde af te leveren.
- Professoren leven in hun hoofd, ze beschouwen hun lijf als een hulpmiddel om hun hoofd naar een vergadering te brengen. Kijk maar in de disco aan het eind van een meerdaags wetenschappelijk congres.
- Als er geen insecten meer zijn op de wereld is er over 50 jaar geen leven meer, als er geen mensen meer zijn op de wereld is het leven over 50 jaar weer helemaal terug.
Enzovoorts. En ook nog om te lachen. Het kost je twintig minuten.

zondag 5 april 2009

Lees ook eens een keer een geleerd boek in plaats van al die romannetjes!


Eindelijk uit. Ik heb het geloof ik in september gekocht, bij een snelle raid in mijn middagpauze op de boekhandel in de Passage. Het gaat over globalisering en geopolitiek. Kennelijk is het verband tussen die twee in de wetenschap nog niet gelegd. Het ene is economisch, het andere politiek en dat zit waarschijnlijk in verschillende faculteiten. Naar nu blijkt kun je daar een boeiend boek over schrijven.

Even een klein uitstapje naar een ander geleerd boek: Paul Kennedy heeft in The rise and fall of the great powers aardig aannemelijk weten te maken dat militaire en economische macht hand in hand gaan. Hij geeft met simpele productiegrafiekjes bijvoorbeeld aan dat Duitsland simpelweg te weinig industrie en grondstoffen had, inclusief de Oekraïene en wat ze er allemaal bij veroverd hebben in die vier, vijf jaar, om de oorlog te winnen van Rusland en Amerika. Tenzij die zich natuurlijk hadden laten overbluffen en zich hadden overgegeven, zoals onze vrienden de Fransen in 1940. Macht (militair, economisch of politiek, het hangt trouwens redelijk samen) komt dus niet uit de lucht vallen en geopolitiek bestuderen zonder naar de economische basis te kijken is dus redelijk amateuristisch. Maar dat terzijde.

Khanna is met een klein budget, klaagt hij ergens, zo ongeveer alle tweede-wereldhoofdsteden van de wereld afgereisd en is in ieder land net zo lang blijven hangen tot hij vond dat hij het begreep. Hij deelt de wereld in in eerste-wereldlanden, derde-wereldlanden en tweede-wereldlanden. Dat laatste is een nieuw gebruik van de term die vroeger voor ongebonden landen werd gebruikt. Khanna gebruikt hem voor landen die op de wip zitten tussen de eerste en de derde wereld. Turkije is er een.

Tweede-wereldlanden aarzelen bij welk blok ze zich moeten aansluiten. De keuze gaat tussen VS, Europa en China. Dat Europa buiten Europa als één geheel wordt gezien is nogal een verrassing voor een Nederlander. Wilders zou het eens moeten weten, dan ging hij misschien zijn hersens een gebruiken. Ieder van de drie landen probeert de rest op zijn eigen manier te verleiden. China met goedkope spullen, wapens en infrastructuurprojecten. De EU probeert stapje voor stapje alle aangrenzende landen in te lijven. Vooral recente lidstaten, zoals de Baltische, doen erg hun best om hun buren erbij te betrekken. Denk dan aan de Oekraïene. Maar ook verderop is de EU actief met politieke steun voor nette regimes of politieke bewegingen, handel en hier en daar wat hulp. De VS zijn zo langzamerhand wat minder succesvol.

Eigenlijk hebben de VS niks meer te vertellen in de landen rond de Zuidchinese Zee en zelfs Australië en Nieuwzeeland hebben zo langzamerhand een sterkere band met China dan met de VS. De VS hebben zich enorm geïsoleerd met de Irak-oorlog, Guantanamo Bay en het niet meedoen aan het Kyoto-verdrag en het internationale strafhof. Het is ook wel pijnlijk om te zien dat de rijkdom van de VS voor een groot deel geleend is. Daar hebben we nu een kredietcrisis aan te danken, maar die was nog niet begonnen toen Khanna zijn boek schreef.

Wat opmerkelijk is, is dat Khanna een heel eind meegaat in de Chinese redenering dat sociale gelijkheid belangrijker is dan politieke vrijheid. Zie ook Singapore. Hij gelooft er wel in dat verlichte despoten, zoals dat hiero vroeger heette, beter in staat zijn om bijvoorbeeld etnisch ingewikkelde staten bij elkaar te houden en om landen economisch de goeie kant op te sturen, dan veel democratieën. Van India heeft hij bijvoorbeeld geen hoge pet op, omdat het, hoewel een democratie, volkomen onbestuurbaar is. Indonesië en Rusland zijn ook democratieën, dus dan weet je eigenlijk wel genoeg.

Amerika maakt als democratie ook weinig indruk. De sociale ongelijkheid is er enorm, 40 miljoen (van de 300 miljoen) [...]. De rijkste 130.000 heeft evenveel als de armste 40% (120 miljoen piepeltjes), scholen en openbaar vervoer zijn waardeloos en de middenklasse (of was het de arbeidersklasse?) is sinds 1975 in reële termen niet rijker geworden. O ja, er zijn evenveel agenten als bendeleden (750.000). Ik neem aan dat daar wel wat dubbeltellingen bij zitten, dus dat valt dan weer mee. Kortom, in tegenstelling tot wat de Amerikanen denken, zit de rest van de wereld niet op hun zegeningen te wachten. Oud nieuws aan de overzijde van de omliggende oceanen, maar Parag schrijft voor Amerika.

Khanna beschrijft alle tweede-wereldlanden afzonderlijk. Over sommige is hij positief, over andere negatief. Rusland vindt hij bijvoorbeeld helemaal niks. India eigenlijk ook niet, zoals al gezegd. Singapore weer wel, maar hij zegt er ook bij dat het het saaiste land ter wereld is. Een soort Zwitserland in het kwadraat, denk ik. Chavez wordt in de hoek gezet. Leuk om dat allemaal te lezen.

In de conclusie vat hij wat dingen samen en gaat hij vooral in op de positie van Amerika, waar ik net al wat over heb verteld. Hij is nogal bezorgd over de spanningen die gepaard gaan met de verschuiving van de machtsverhoudingen en de race om de resterende grondstoffen op onze gezamenlijke wereld. China kan bij een groei van 10% per jaar inderdaad in 21 jaar 8x zo groot worden, volgens de 72-regel, en dan is het in termen van BNP bijna net zo groot als Europa en de VS nu bij elkaar. Ze vinden het daar hartstikke fijn aan hun kant van de Euraziatische landmassa en vinden het volkomen terecht dat hun rijk het machtigste is (altijd al geweest, op een uitglijer tussen 1830 en 2030 na). Ik geloof dat ze ons maar rare, harige mensen vinden, die eten met zwaarden. (Dit zegt Khanna niet, hoor).

Daar word ik ook wel onrustig van.

vrijdag 6 maart 2009

Of ik van de Mattheus hield


Dat vroeg een collega me. Nou, voor klassieke muziek heb ik een blinde (dove?) vlek. Van huis uit heb ik de liefde voor de klassieke muziek niet meegekregen. Voor geen enkele soort. Mijn vader ging ooit eens naar de V&D om een plaat van een zanger te kopen, voor bij zijn grammofoon. En hij kwam thuis met een plaat van Herb Alpert (van de Tijuana Brass) en dat is een trompettist. That sums it up. Of in de terminologie van Bourdieu, die we hier allemaal zo goed kennen, geen cultureel kapitaal geërfd.

Zelf heb ik als veertienjarige, opgejut door de beschavingsdrang van de leraar Latijn, geprobeerd om me bij te scholen door platen (ja, platen) te kopen van Stravinsky, Shostakovitch, Satie en nog zo wat types - Beethoven met zijn Waldsteinsonate moet ik hier niet vergeten - en ik ben netjes de CJP-kussenconcerten (je moest op de grond zitten in een kerk, dus je kon beter een kussen meenemen) in de stad afgeweest, maar ondanks alle goede bedoelingen heb ik eigenlijk geen klassieke muziek gevonden die me raakt.

Op de middelbare school hebben ze geprobeerd me wijs te maken dat klassieke muziek hoger is dan John Coltrane, Jimi Hendrix en Hepie en Hepie (Ik lig op mijn kussen stil te droooooomen), ongeveer in die volgorde, en weet je, dat is bullshit. Excusez le mot. Het verschil zit hem in het idioom, dat is het, niet in de diepte, hoogte of breedte van de gevoelens die vertolkt worden. Muziek is trouwens abstract. Er is geen enkele reden dat er acht noten in een octaaf zitten, of dat er octaven zijn. Het is gewoon gewenning.

Het klassieke idioom is zo versteend, ritueel en formeel, dat het in mijn ogen (oren) iedere emotie verstikt, ik krijg hem er in ieder geval niet uitgepeurd. Ik lees wel eens over mensen die het partituur meenemen naar een concert. Die zijn vast niet met emotie bezig.

Jazz raakt me trouwens vaak ook niet zo, behalve als ik het zelf speel, maar Jimi Hendrix komt meestal binnen als een vrachtwagencombinatie in een eenkamerwoninkje. Van Hepie en Hepie word ik moe. ("Vanavond heb ik hoofdpijn", van Hanny, zonder de Rekels, heeft nog wel een goeie tekst, maar dat is een vrij bijzonder in dat genre)

Met emotie bedoel ik hier niet, of niet alleen, streling van het oor (ik weet niet precies wat dat is, maar ik had een leraar Latijn in de tweede die beweerde dat muziek er is om het oor te strelen, dus exit Deep Purple, zoveel was wel duidelijk. En dat terwijl ik net mijn postzegelverzameling had ingeruild voor een grammofoon en Deep Purple In Rock!), en ook niet alleen melancholie over verbroken relaties, verbittering over het uitsterven van het regenwoud of tranen om het overlijden van Snuf het konijn.

De neurotische funk van Anton Goudsmit (mp3 op verzoek leverbaar, oh nee, dat is heling: koop de CD maar lekker zelf) appelleert bijvoorbeeld aan mijn drang om me aan te stellen, uit mijn dak te gaan en bushokjes (of sommige collega's) in elkaar te trappen, een drang die ik als huisvader en middelbaar employee toch heb. En dat is ook een gevoel dat muziek kan oproepen en dat ik er graag in zoek en vind. Het snelle stuk van de Waldsteinsonate heeft trouwens een vergelijkbare uitwerking, vooral alstie een beetje hard mag, ook al is het klassiek.

De Mattheuspassion maakt bij mij dus weinig los. Vooral van die verteller word ik zenuwachtig. Sommige stukjes zijn wel goed hoor. Mache dich, mein Herze, rein is een lekker clipje, dat ik me van een uitvoering herinner die ik verder tergend lang vond duren, ook die keer dat ik op een normale schouwburgstoel zat in plaats van een bank in de kerk van Naarden, maar ja, je moet je mond houden en je mag tussendoor geen bier halen. O Haupt voll Blut und Wunden is voor mij zelfs onversneden melancholie, omdat we dat toen ik op de lagere school zat elke Goede Vrijdag om half drie in de Brigidakerk zongen, in afwachting van het scheuren van de Voorhang in de Tempel van Jeruzalem ongeveer 1933 tot 1936 jaar daarvoor. Ik vond het toen al een mooi nummer. Maar dat is het dan wel zo'n beetje. En ik heb best wat met barok, vanwege de trompetles vroeger. Leuke herhalende patroontjes waarin telkens een noot verschuift, dat vond ik lekker spelen.

Voor alle emo-snobs: componisten als Bach waren helemaal niet met gevoel bezig, evenmin als dichters als Hooft en Petrarca. De gevoelens zijn pas in de Romantiek uitgevonden. Bach c.s. waren uitsluitend met vorm bezig, op een mathematische manier (als in Gödel, Escher, Bach, nooit uitgelezen). Bach rende heus niet naar zijn schrijftafel als zijn favoriete koe naar de slacht moest om zijn gevoelens van verslagenheid te vereeuwigen. Mensen van nu lezen die erin, omdat ze daarnaar op zoek zijn en jutten elkaar daarin op, waardoor er een soort Pavlov-effect onstaat: zodra de eerste maat van Erbarme Dich klinkt, stromen ieders ogen vol, althans van iedereen die zich heeft laten conditioneren, en als dat ze goed doet lijkt me dat geen strafbaar feit. Maar niet gaan lopen zeiken over hogere en lagere kunst. En helemaal niet over diepe en ondiepe gevoelens. Foei!

donderdag 29 januari 2009

Krijgsgeschal



Deze recensie is aan de late kant, want Oorlogsroes van Ernst Jünger verscheen in 1920, maar ja, ik heb het net geërfd, dus voor mij is het nieuws. Het is een bewerking van zijn dagboek, dat hij drie jaar lang als officier aan het front heeft bijgehouden.

Jünger is gevierd als schrijver en verketterd als oorlogsverheerlijker, maar waarschijnlijk door verschillende mensen. Schrijven kan hij in ieder geval. Als het boek saai wordt, is het omdat het leven aan het front saai is. Elke dag nieuwe gevechten, nieuwe bombardementen, nieuwe slachtoffers en tussendoor wordt er aan een stuk door gerookt en gedronken.

Het is niet het anti-oorlogsboek dat in onze tijd de norm is. De meesten mensen hebben inmiddels wel door dat er weinig heldhaftigs aan oorlog is en voor de enkeling die na teveel films en games denkt dat het een spelletje is waarin alleen slechteriken en figuranten sneuvelen is er bijvoorbeeld de openingsscene van Saving Private Ryan om hem weer bij de les te krijgen. Leve het individualisme.

Jünger is van vóór die tijd en hij deelde het enthousiasme waarmee de eerste wereldoorlog door heel Europa werd begroet. Het is wel gek dat dat nergens omslaat in een diepe afkeer, zoals bij Remarque of Graves. Ik ben één zin tegengekomen waarin hij zegt dat hij ook niet weet waarom mensen oorlogvoeren. Verder doet hij gewoon mee. Hij moet een prettige collega zijn geweest voor zijn superieuren en ondergeschikten. Efficiënt, doortastend, opgewekt, hij weet zijn angst te beheersen en is loyaal zonder al te veel morren.

Natuurlijk vindt hij het niet leuk om met kerst in 1916 te zien dat van zijn compagnie van het jaar ervoor nog maar vijf mensen over zijn. Hij beschrijft ergens hoe hij zich voelt als zijn loopgraaf gebombardeerd wordt. Dat is net alsof je aan een paal bent vastgebonden en iemand je met een hamer, ik denk een voorhamer, aan een lange steel, probeert te raken. De ene keer mist hij, de andere keer slaat hij een paar splinters van de paal. De schrijver is zo subtiel om de andere mogelijkheden aan de fantasie van de lezer over te laten en bij mij werkt dat goed: mijn nekharen gaan ervan overeind staan. Ik ben benieuwd of ik deze passage snel vergeet.

Maar Junger leefde in een periode dat het nog niet normaal werd gevonden, laat staan aangemoedigd, om zelfs maar de geringste rimpeling van het gevoelsleven wereldkundig te maken, in een blogje of zo. Het verhaal is dus geen litanie over hoe erg, zinloos en walgelijk de oorlog is, maar hij steekt ook niet onder stoelen of banken hoe verlammend de angst is in de laatste minuten voor de aanval. En hoe meeslepend de bloeddorst kan zijn als je eenmaal uit je loopgraaf bent geklommen en oog in oog met de vijand staat. Dat ook.

Dat hij in latere jaren beschuldigd is van het idealiseren van het oorlogsbedrijf snap ik niet. Ik haal dat niet uit het boek. Hij is wel een lefgozer, die met in zijn ene hand een wandelstok en in zijn andere een pistool de loopgraaf uitklimt, ten aanval. Hij vertelt ook vaak hoe hij 's nachts in de loopgraaf bij andere officieren op bezoek gaat en dat ze dan gezellig gaan zitten kletsen en drinken en paffen. Of dat hij in zijn eentje in zijn ondergrondse verblijf met een lekker stukje worst Aristoteles zit te lezen, terwijl verderop de bommen en granaten inslaan. Dat is niet politiek-correct, maar ja, als hij daar nou gezellig zat moet hij het ook maar zo opschrijven.

Het verontrustende van het boek is niet de verheerlijking van strijd, oorlog en moed, maar juist de zakelijke benadering ervan. Junger wil een goede soldaat zijn, dus hij wil graag vechten, scoren zeg maar, in het taalgebruik van deze eeuw. Hij heeft ook geen hekel aan de tegenpartij. Hij doet gewoon wat hij moet doen ("hij doet ook maar gewoon zijn werk", ook nu nog een algemeen aanvaard excuus voor van alles en nog wat), met een mengeling van professionaliteit, relativeringsvermogen, soms ook plezier en natuurlijk ook angst en afschuw. Als je zo'n man vraagt om een concentratiekamp te bewaken doet hij het ook, naar beste vermogen, en als je hem vraagt vanuit een bunker in Nevada onbemande vliegtuigjes boven Irak te besturen en bommen te laten gooien doet hij het ook. Afwisselend werk en toch 's avonds op tijd thuis om met de kinderen te eten.

Aan het eind van de oorlog, in zijn laatste gevecht, terwijl zijn medestrijders zich in groten getale overgeven, vindt hij dat hij moet doorvechten. Hij drukt zijn pistool tegen een Engelse soldaat die bezig is krijgsgevangenen af te voeren en haalt de trekker over. Ik zou graag weten wat hij daar achteraf van vond. Het enige wat ik weet is dat hij op latere leeftijd is gaan experimenteren met LSD en op zijn sterfbed katholiek is geworden. Zou hij daarmee zijn geweten hebben willen sussen of had hij geen wroeging?

zondag 25 januari 2009

Te lui om te werken


Vandaag ben ik naar kasteel De Haar geweest, achter de A2 bij Utrecht. Leek me leuk en leerzaam voor de kinderen. Ik wist dat het een nepkasteel was, een neo-gevalletje, maar die kunnen ook mooi zijn. En het was steenkoud, dus het zou vast lekker rustig zijn en dat is ook prettig als je iets gaat bekijken.

Het was inderdaad een nepding, neogotisch nep en het verhaal gaat als volgt. In 1890 erfde Etienne van Zuijlen van Nijevelt van de Haar een ruïne, die hij wel interessant vond. Omdat hij drie jaar daarvoor met een mevrouw Rothschild was getrouwd, van de bank, zat hij nogal aardig in de centen en besloot hij er iets moois van te maken.

In die tijd, net als nu eigenlijk, was de gothiek weer eens helemaal hot, kijk maar naar het Centraal Station in Amsterdam en het Rijksmuseum, toevallig in dezelfde stad. Het hele land werd ook volgebouwd met kerken, nadat in 1853 de katholieken weer uit de kast waren gekomen. Bijna alles werd ongeveer verzonnen door de Limburgse architect Pierre Cuypers, die ook uitgebreide ateliers had voor beeldhouwwerk, houtsnijwerk en weet ik wat allemaal, want dat hoort ook allemaal bij de gothiek. Kennelijk was het voor Van Zuijlen etc. geen probleem om deze topper in te huren, die op zijn 65e vrolijk aan de slag ging en er 20 jaar mee in de weer bleef.

Het resultaat was een best wel aardig herbouwd kasteel in een gotische stijl, waar ik niet van houd. Niet van het echte werk in de 13e eeuw en ook niet alle neo-stijlen daarna. Het deed me wel heel erg denken aan de parochiekerk waarin ik ooit misdienaar was, ook al was die niet van Cuypers, wat ik altijd wel gedacht had. Het schilderwerk, de versierinkjes, net de Maria- en Brigidakerk in Zesgehuchten, alleen het gerochel van pastoor Joosten ontbrak.

Mevrouw Rothschild had trouwens geen zin in die neogotiek en liet voor zichzelf een paar kamers inrichten in Edwardian stijl, als dat ongeveer klopt. Je kon toen ook al, daar hadden ze geen Internet voor nodig, per postorder een interieur op maat laten aanrukken. Witte meubeltjes met roze behangetjes en wat renaissancige ornamentjes.

Maar nou komt het: De Van Zuijlen van Nijvelt van de Haar-Rotschildjes hebben er nooit serieus gewoond! Ze kwamen er een keer per jaar een maand feesten, als het te warm was in Zuid-Frankrijk, eerst augustus, later september. Het baronale hof verplaatste zich dan voor een maandje naar onze gezellige moerasdelta en Etienne vergat niet zijn favoriete paarden en auto's (hij was bobo bij de Automobile Club de France) mee te laten nemen. Om het een beetje afwisselend te maken werden er op een gegeven moment ook gasten uitgenodigd uit de wereld van kunst en entertainment. Je ziet foto's van Maria Callas, en Roger Moore en Brigitte Bardot hebben er ook rondgehangen.

Toen ik las dat de arme huidige baron Thierry al 2 jaar zijn septemberfeestjes niet heeft kunnen houden vanwege de restauratie en dat hij het hele kasteel kado gedaan heeft aan de Nederlandse staat, op voorwaarde dat hij er in september kan wonen (het publiek wordt dan ook geacht zich gedeisd te houden), werd het me ineens allemaal te gortig: hier is dus een of andere patser, die zich suf golft en zijn hele leven geen nuttige bezigheid heeft weten te verzinnen, erin geslaagd de Nederlandse staat de hele restauratie van zijn kasteel te laten betalen. Het enige wat hij daarvoor terug hoeft te doen is zich elf maanden per jaar niet te vertonen, maar dat was hij toch al nooit van plan. Dat moeten wel keiharde onderhandelaars geweest zijn, die we daar hebben ingezet.

Ik ben er toch wel heel erg voor om de successierechten te verhogen naar 98% met een vrijstellinkje van een half miljoen of zo. Ik kan echt geen enkele reden verzinnen waarom iemand zo krankzinnig rijk zou moeten zijn en zeker niet als hij er geen vinger voor heeft uitgestoken. Bill Gates, vooruit, die heeft de hele wereld aan de computer gebracht, net zoals Rockefeller ooit de olie-industrie heeft uitgevonden, maar waarom erfgenamen van erfgenamen van erfgenamen daar nog van zouden moeten profiteren? Ik vind dat iedereen minstens eens per jaar de plee moet schoonmaken als oefening in bescheidenheid en verder gewoon moet werken voor zijn geld. Als je vader of je moeder rijk is krijg je wel genoeg mee aan opleiding, goeie manieren en netwerk.

Kortom, de Van Zuijlen Van Nijevelt van de Haartjes moeten opzouten naar een net rijtjeshuis in De Meern en het kasteel moet gewoon altijd en helemaal en voor iedereen open. Die het wil zien. En erfenissen schaffen we af, net als bonussen. Dat gaat in een moeite door.

maandag 19 januari 2009

Gaza


Hoe kun je nou 1,4 miljoen mensen in een strook land van 400 km in het vierkant opsluiten en denken dat ze beleefd gaan zitten afwachten tot ze uitgehongerd zijn of geholpen worden? En dan boos doen als er elke dag 10 gammele raketten op je af worden geschoten en voor straf dat stukje land aan gort schieten. En er mee weg komen.

Is het een natuurwet dat waar twee groepen twisten om een stuk land ze elkaar naar het leven gaan staan en dat de groep met de beste wapens en het meeste geld de andere marginaliseert? Dit even los van alle verwijten die de partijen elkaar maken en de goden ze erbij slepen, want daar worden ze het nooit over eens. De voorbeelden die bij me opkomen zijn de indianen en de aboriginals, maar dat was in de 19e eeuw. Darfur misschien?

Als we hier inderdaad met een natuurwet van doen hebben, ziet het er nogal somber uit. Het enige wat dan helpt is die groepen ieder een eigen stuk land geven en zorgen dat ze elkaar niet lastig kunnen vallen. Wie gaat daarvoor zorgen? Obama houdt zich akelig stil, ik neem aan dat hij er weinig voor voelt zijn leger uit Irak door te sturen naar Israël. Blauwhelmen lijken me geen alternatief. Die laten zich als je een beetje hard tegen ze praat met een schemerlamp naar huis sturen. "Daar komen de smurfen", riepen de Serven in de laatste Balkanoorlog als er weer eens een VN-detachmentje langs kwam.

OK, dit gaat dus door zolang er genoeg mannen tussen de 18 en 35 in Gaza zijn die niet beters te doen hebben (http://en.wikipedia.org/wiki/Youth_bulge#Youth_bulge), in ieder geval zolang als Israël en Egypte de Gaza-strook op slot houden. Wat een ellende.

dinsdag 13 januari 2009

Natural high


Ik was gisterenavond aan het hardlopen, hier verderop, over de campus, boven mij de sterren, onder mij mijn gympen, in mijn oren de muziek van Evy, en ik was blij. Bij "blij" denk ik tegenwoordig "endorfine", "of serotonine" of "dopamine", met dank aan de neurobiologie, waar ik niet zoveel van begrijp.

Als ik fiets heb ik het ook, en als ik zing helemaal. Het heeft dus niets te maken met Gezondheid, of Kunst, maar gewoon met stofjes in je hoofd die je vrij laat komen. Het is amoreel en waardevrij en het neemt je helemaal in beslag. Alleen maar prettigheid en maar een heel vaag besef van de buitenwereld. Geen zorgen, geen spijt, geen jaloezie, geen verbittering, nada.

En als dat nou zo is, dacht ik, zo gemakkelijk en helemaal voor niks, als je die gevoelens, ik bedoel die stofjes, gewoon kan oproepen, door je voeten op en neer te doen of door je stem te laten klinken, en je krijgt er helemaal niks van, moet je dat dan gewoon niet zo vaak mogelijk doen?

Ik vind dat geen makkelijke vraag.

zondag 14 december 2008

Kopen kopen niet kijken


Ik geloof dat dat het antwoord op de crisis is. Het tegenovergestelde (moet ik dat uitleggen?) van wat marskramers op alle zonnige stranden van de wereld naar je roepen als ze uitgevist hebben dat je uit Holland komt, zoals ons koninkrijk in het buitenland meestal wordt genoemd. Ik vind het een beetje een genante boodschap, helemaal als onze gereformeerde minister-president (ik schreef bijna "predikant") het roept. De man wil ons een betere moraal aanpraten, maar als het echt tegenzit komt hij met een volkomen tegenstrijdige boodschap. Hoe meer aso-bakken we kopen, hoe beter het is voor de kwijnende auto-industrie. Een paar Joint Strike Fighters extra kunnen ook geen kwaad, behalve misschien bij de slachtoffers die ze maken, maar dat zijn meestal toch mensen die niks kopen.

Ik vind het wel een moreel dilemma. Vooral omdat ik zelf ook zo graag spulletjes koop. Twee weken geleden een messenslijper (24 euro 95), waardoor ik nu heerlijke salsa's kan maken van verse groente die ik anders niet fijngehakt kreeg. Anderhalve week geleden een gel-pen (3 euro 32, inclusief porto) waarvan je de inkt kunt wissen door hem warm te maken, door er met een soort gummetje over te wrijven. Ik vond hem zo mooi dat ik hem met eBay uit Hong Kong heb laten komen en hij heeft alle verwachtingen overtroffen. Van de Sint kreeg ik een Jamman, een apparaat waarmee je geluidsfragmenten kunt opnemen van een gitaar of microfoon (229 euro, ook online gekocht trouwens). Het hele huisgezin is al twee dagen blij aan het beatboxen, nu ik er gisteren een microfoonstandaard (10 euro) bij heb gekocht. Nu ik toch bezig ben heb ik net even met de kindertjes 25 dollar uitgeleend via Kiva (doe jij dat nou ook eens, micokrediet werkt en je krijgt je centen aan het eind van het jaar gewoon terug: http://www.kiva.org) aan een mevrouw uit Sierra Leone voor haar kruidenierswinkel.

(Merk trouwens op dat het Internet eigenlijk niet veel meer is dan één groot huis-aan-huis-blad annex winkel, waar ik nu spullen koop waarvan ik vroeger het bestaan nauwelijks kende. Zo'n bedrijf als Google, dat allerlei nobele projecten heeft verzonnen als Google Maps, Picasa en mijn geliefde Googe Mail, verdient zijn centen behoorlijk ordinair met het verkopen van rubrieksadvertenties, waardoor onze kwaliteitskranten het nu zo zwaar hebben. Het lijkt zo wel of het Internet belangrijker is als winkelcentrum dan als forum voor het vrije woord, ongecorrumpeerd door commerciële belangen en dat soort zaken. Dat is nou ook wat.)

Het bevalt me dus eigenlijk wel goed, dat geld uitgeven, en tegelijk vind ik het een nare gedachte dat dat kennelijk de enige manier is om de economie aan de gang te houden/krijgen en de armoe de wereld uit te bannen. Om de rijkdom te vergroten moeten dan weer spulletjes worden bedacht die mensen graag kopen. Ik ben ooit uitgever geweest en daardoor de hele dag bezig om nieuwe boeken en tijdschriften te verzinnen. Dat was moeilijk. Als je dan een marketeer vroeg wat je in godsnaam moest verzinnen, zeidie altijd: je moet iets maken wat de mensen graag willen! Dat klonk niet onredelijk. Alleen, als je mensen ging vragen wat ze nog meer van onze uitgeverij wilden zeiden: we willen graag betere spullen, maar wel veel minder en veel goedkoper. De marketeer zei dan dat je je onderzoek verkeerd had gedaan, dus dan verzon je zelf maar weer wat. Elk aanbod schept zijn eigen vraag, beweerde de 18e eeuwse econoom Say al, en dat hadtie goed gezien. Alleen viel de vraag nog wel eens tegen. Maar we dwalen af.

Kan dat nou niet anders? En dan zonder gelijk zelfvoorzienend te hoeven worden, want ik heb hier alleen een balkon om mijn eigen gewassen te telen. Een elektrische auto wil ik eventueel wel, liefst een Tesla. Is er een middenweg tussen terug naar de natuur en iedere zaterdag in drommen de stad in om kauwend op een Vietnamese loempia of nog iets vetters te proberen je zuurverdiende centen kwijt te raken aan zooi? Alleen spulletjes kopen waar je vrolijk van wordt lijkt me een goeie stap, maar koop ik dan genoeg om de wereldeconomie uit het slop te krijgen? Of moet ik het weggeven aan mensen die het beter kunnen gebruiken (ik moet toegeven dat ik zonder Jamman ook best een fijn leven had)? Dat gaat me ook weer niet zo gemakkelijk af, vrees ik.

Nou, wie het weet mag het zeggen. Behalve Balkenende.

vrijdag 28 november 2008

Poes




Mijn vriendinnetje heeft een poes geadopteerd voor haar dochter dus mijn zoon wil er ook een. Hij heeft het er wel vaker over gehad en een paar maanden geleden hebben we bij wijze van compromis een koemuis gekocht, Floris. Koemuizen zijn zwartbonte muizen die je voor 3 euro kunt kopen bij de intratuin, een overzichtelijk bedrag. Ik ben namelijk zo'n slechterik bij wie de dierenliefde een financieel plafond heeft, dat in mijn geval vrij laag ligt. Hangt. Nou ja, je begrijpt me wel.

Zoals te verwachten was ik de enige die naar Floris omkeek en dan voornamelijk omdat ik hier in huis over de hygiëne ga en mijn investering in een zorgobject voor de kinderen ook wilde beschermen met regelmatige voeding. Terwijl Floris kooi naast de televisie stond, waarvan de kinderen niet weg te slaan zijn. Op een gegeven moment hing er een nogal vieze lucht in huis die ik meende te herkennen als die van een vuilniszak die we eigenlijk vorige week al buiten hadden moeten zetten, maar toen was hij nog niet vol en het is ook zo'n werk. Toen het verschonen daarvan niet hielp en de wc eigenlijk ook wel vrij schoon was, kwam ik op het idee eens te kijken hoe het met Floris was. Juist. Kennelijk had hij meer nodig dan alleen brokjes en groente om in leven te blijven. De gemeentelijke afvalbak, een mooie gele, naast het paadje naar de bushalte is zijn laatste rustplaats geworden.

We beginnen hier dus niet aan een poes en niet alleen omdat je die veel moeilijker in de gemeentelijk afvalbak gepropt krijgt. Ik heb net gelezen dat puberhersenen nog onvoldoende ontwikkeld zijn om goed te plannen en te organiseren, dus de kans dat zoonlief het dier gaat verzorgen is minimaal en ik voel me daar zelf niet zo toe genegen. Bovendien wil ik een nieuwe bank, die dan een tijdje mooi blijft. Mijn zoon geeft natuurlijk niet meteen op en net stuurde hij me een mailtje, van de overkant van de kamer, met de tekst: Ik wil een poes!!!!

Nu wil het toeval dat ik tegenwoordig GMail gebruik. Ik vind dat een lollig programma en het is, nu ik met steeds meer computers werk, ook erg praktisch om alle mail op één plek te hebben, ook al is dat een server van Google. Zoals we allemaal weten leeft dat bedrijf - comfortabel - van wat in de krant rubrieksadvertenties heet of heette. Naast ieder mailtje staat dus een rijtje advertenties, dat volgens de heilige algoritmen van Google aansluit bij de inhoud van je mailtje, zodat je er misschien wel je voordeel mee kunt doen!

Bij "Ik wil een poes!!!" krijg ik de volgende:
- Katten Plassen
- Permanent ontharen?
- Verzeker uw kat of poes
- Katten verzekeren?
- Scharrelnatuurvoer hond

In mijn zucht naar kennis en verlangen naar de waarheid heb ik de tweede advertentie bekeken. Zou er iemand zijn die je poes wil ontharen? En hebben we het dan over het bekende gezelschapsdier of dat andere gezelschapsdier (ik ben te preuts om de dingen bij de naam te noemen)? Jammer genoeg gaat het om een annonce van een bedrijf dat WIT heet en naast het bleken van tanden een handeltje is begonnen in het ontharen van onder andere, eh, de schaamstreek.

Wil iemand de URL?

vrijdag 21 november 2008

Alles wordt minder



Neem bijvoorbeeld de kwaliteit van de kleine criminaliteit. Vroeger kwam hier om zeven uur 's ochtends nog wel eens een kleine crimineel op een scooter door de straat die in zijn oortje doorgaf wat er allemaal aan kostbaarheden op hoedeplanken en zittingen van de hier geparkeerde auto's te vinden was. Zo'n jongen deed daar moeite voor, al was het alleen maar dat hij er vóór zevenen voor opstond. Gisteren laat ik mijn credit card op de passagiersstoel van mijn auto liggen en vanmiddag ligt hij er nog gewoon, vol in het zicht. Ik voel me eigenlijk een beetje gekwetst. Het is geen Amex en geen gold card, maar is hij daarmee niet goed genoeg?

En alsof dat nog niet genoeg is laat ik in de herkansing mijn sleutelbos in het klepje van de brievenbus steken. En wat denk je dat er gebeurt? Er belt een goudeerlijke postbode - ook zonder pet zijn ze kennelijk nog degelijk genoeg - aan om me te waarschuwen, voordat iemand met mijn sleutels aan de haal is en ik ijlings al mijn sloten moet vervangen. Ik hou tijd over vanmiddag.

Japans zwaard


Mijn vriendinnetje (1 m 61) is het huis van haar vader aan het leegruimen. Tussen de rommel komt af en toe iets boeiends te voorschijn. Van de week een Japans zwaard. Geen handgemaakt samouraizwaard, zoals in Kill Bill, maar een stukje massaproductie voor officieren van de Japanse landmacht in wereldoorlog twee. Het handvat is bekleed met haaievel en daar zit weer een lint omheen, waar tiende guldens uit 1945 achter zijn gestoken. Ik wil niet weten wat die daar doen.

Ik vond het tegelijk fascinerend en gruwelijk, zoals ieder moordwapen. Afgezien van mijn jachtmes, waarmee ik op de camping stukjes kaas snij, heb ik overigens alleen ervaring met een Uzi, een pistoolmitrailleur. Dat heb ik als dienstplicht soldaatje leren schoonmaken (dat vooral) en ik heb er twee keer mee geschoten. Tot mijn verbazing heb ik het tot schutter derde klas geschopt (je mag dan het doosje met je oordopjes aan je epaulet dragen, geen geringe eer), niet slecht voor een doctorandus met een bril die opgeleid werd om reisdeclaraties en verlofformulieren in te vullen. Maar wat me het meest is bijgebleven is de stalen plaat aan het eind van de schietbaan en de droge tik van de kogel die daar inslaat. Pok. Hoe zou het klinken als je een andere soldaat raakt? Want dat ben je natuurlijk aan het oefenen. Wat een macht zomaar ineens.

Het eerste wat ik deed toen ik het zwaard uit de schede had getrokken is het lemmet bekijken. Er zaten een aantal braampjes in, maar geen roestplekken. Niet zo vreemd bij roestvrij staal. Mijn vader heeft ooit eens fotoboek van Life-magazine gekocht met daarin een foto van een Australische krijgsgevangene die geblinddoekt, hoofd voorovergebogen, op zijn knieën het strand zit ergens op Nieuw-Guinea, met daarnaast een Japanner met een geheven zwaard. Stuitend en fascinerend. Die foto zie ik telkens voor me als ik aan dat zwaard denk.

Ik kan er gewoon mee de straat op gaan en het uitsteken als er een aso met zijn scootertje over de stoep komt geraast. Laat ik dat maar niet doen. Ik schrijf wel een blogje.

maandag 17 november 2008

Stukkie fietse



Ik ging dus altijd met de bus naar het station voor de lange reis naar onze regeringszetel. Over die busbaan, waarvan de aanleg zoveel omwonenenden in redeloze woede deed ontsteken dat Leefbaar Utrecht ineens 9 zetels won bij de gemeenteraadsverkiezingen. Op de kaart met de verkiezingsuitslagen kon je zien dat ze het meeste stemmen hadden opgehaald in de stembureaus langs lijn 11. In zo'n land leven we nou.

's Ochtends zat ik met mijn kop in de krant en 's avonds deed ik sociaal-demografisch onderzoek. Ik heb de hypothese ontwikkeld dat de leukste studentes in het centrum wonen (studenten vallen me nooit op) en de minder leuke in de buitengebieden, zoals de Uithof. Ik let dus altijd heel goed op of ze er een beetje uitzien en waar ze uitstappen. Mijn hypothese klopt vrij aardig, dus je vindt waarschijnlijk met een leuk hoofd en niet te vergeten een randje mager vet dat net over de broeksband (pantalonband?) uitbloest makkelijker een kamer in de felbegeerde binnenstad dan met een ijzeren bril en pukkeltjes. In zo'n land leven we nou.

Het nadeel van reizen met de bus is dat buschauffeurs geen idee hebben waarom mensen met de bus reizen. Dat mensen niet naar het station reizen omdat ze het fijn vinden om 's ochtends om half acht op het station te zijn tussen de alco's en de zwervers die daar nog van de vorige nacht liggen, maar dat ze daar bijvoorbeeld zonder al te lang te hoeven wachten in een trein willen stappen, dat wil er bij de buschauffeur niet in. Daarom komen ze rustig een paar minuutjes later als ze een leuke collega tegenkomen in de koffiekeet bij het eindpunt of laten ze op hun dooie gemak, enthousiast zwaaiend, tien andere bussen voorgaan of honderd voetgangers, terwijl de intercity binnen 45 seconden vertrekt. Welke normale chauffeur laat er nou een voetganger voorgaan? Daarvoor stap je toch niet in een auto? In zo'n land leven we nou.

Het hoeft dus geen verwondering te wekken dat ik in de strijd tegen de ochtenddufheid, het diepe buikvet en het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht, ik de laatste tijd weer eens de fiets pak naar het station. Wat is dat toch heerlijk om 's ochtends met een kapotte koplamp, op mijn mountainbike, in mijn muisgrijze ambtenarenjas – noblesse oblige – waarvan de mouwen een halve meter harige arm onbedekt laten in de herfstkou, omdat je nou eenmaal een beetje voorover zit op zo'n fiets en die jas toch niet helemaal past, wat is het toch heerlijk om 's ochtends dwars door de stad naar het station te razen. Lekker hard, niemand voorrang geven – dat hoeft ook niet want dat heb ik volgens mij altijd zelf – langs rooie stoplichten, die trouwens meestal net op groen springen als ik voldoende moed heb verzameld om door te rijden, en dan buiten adem aankomen in de fietsenstalling, door het draaihek naar het perron rennen en dan lekker de trein in: sjaal af, jas uit, colbertje los en lekker uitdampen, een beetje voorover, zodat je niet met je natte rug tegen je overhemd aankomt.

Dat is pas leven. Jammer dat ik zo niks kan doen aan mijn onderzoek.

zondag 16 november 2008

Het is dus helemaal niet waar

We hebben ons laten aanpraten dat we ouwe lullen (m/v) zijn, omdat we niet tegelijk kunnen MSNen, SMSen en Hyven. De eerste de beste twaalfjarige doet dat moeiteloos en volgt en passant ook nog even wat er op de televisie gebeurt.

Onzin. In ons aller Volkskrant van 18 oktober - ik vond hem vandaag in het fonteintje op de wc en ik had toevallig even tijd om te lezen - vond ik een interview met een ontwikkelingspsychologe die het een mythe noemt. Je hebt daar een heel goed werkgeheugen voor nodig en dat hebben die pubertjes nog helemaal niet. Het enige wat ze doen is zichzelf overladen met prikkels - zo noemen psychologen dat - maar het gaat er juist om dat je die filtert. Kunnen ze ook nog niet. Ik vraag me overigens af of de gemiddelde uitgepuberde kantoorklerk dat beter kan, als ik zie hoeveel emails er rondgaan op een kantoor en hoe snel er weer op gereageerd wordt.

Maar daar gaat het nu niet over, ik heb weer iets om me mee te verdedigen tegen mijn kindertjes als ze vinden dat ik een beetje old skool zit te emailen. Of te bloggen.

zaterdag 15 november 2008

Bah, bio

http://www.vkblog.nl/static/pub/mm/tempest/5771/Image/Molenaartje.gif


Met het klimmen der jaren krijg ik een lichte neiging tot gezond eten. Verhalen in de krant over de ruïneuze uitwerking van diep buikvet helpen ook. De woordkeus "diep buikvet" helpt zelfs al, want het klinkt te vies om uit te spreken. Gisteren ben ik voor de lol (!) naar de natuurwinkel geweest om het assortiment eens te bekijken.

Als goed vader denk je dan ook aan je kinderen, dus kocht ik voor mezelf een stukje witte chocola en voor de kinderen een zak paprikachips van Molenaartje. Nogal een lullige naam voor een chipsfabriek trouwens, laat ze eens wat aan marketing doen. (En iets aan de prijs, want 1 euro 99 voor 125 gram is zes keer zoveel als Lay's kost). Maar goed, bij de rituele uitreiking van het bakje chips op weekenddagen om vijf uur 's middags kon ik dus trots vertellen dat de pot biologische chips schafte!

Mijn dochter wist toen al dat ze ze niet lustte en gek genoeg werd dat ook bij de eerste hap bevestigd. Die zit nu dus met een bakje gefrituurde maïs (weet iemand daar trouwens de calorische waarde van? Ik hoop maar dat het retegezond is en dat je er een kilo van kan eten zonder ook maar een greintje diep buikvet aan te kweken, want ik vind het erg lekker.) en mijn zoon begon te tieren: "Papa, wie verzint nou zoiets, papa, we zijn hier geen veganisten, papa, we zijn hier geen New Age-familie".

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Misschien willen de mensen van de marketing van Molenaartje (of wordt marketing als een immorele/zondige activiteit gezien in EKO-kringen? Dan wordt het helemaal nooit wat) daar eens even over nadenken.

Mijn zoon heeft me overigens vergeven. Deze chips gaan best. Als ik volgende keer maar weer gewone koop.

Trots op Europa

In plaats van deze zaterdagmiddag een Kewlox-kast in elkaar te zetten in de strijd tegen de rotzooi op mijn zoons kamer, lig bij te komen op de bank met een ingewikkeld boek van Parag Khanna. Dat is een Indiaas-Amerikaanse interlektueel die kijkt naar globalisering en internationale verhoudingen. Hij is alle landen van de wereld zo ongeveer afgeweest en heeft daar in The Second World over geschreven.

Ik ben nog uit de tijd van de Wereldwinkel en toen waren de Tweede Wereld de landen die een onhankelijke koers zochten tussen aan de ene kant het NAVO en het USSR-blok en anderzijds de bittere armoe van de derde wereld. Khanna heeft de term geleend en gebruikt hem nu voor de landen die nog niet bij de eerste wereld horen, maar de derde wereld al een eind zijn ontstegen.

Rusland is in zijn ogen niets meer dan een corrupte oliestaat met een berg kernwapens. Het land krimpt ook, althans de bevolking, en Siberië en de meest oostelijke provincie (want dat is Siberië niet) worden stiekem gekoloniseerd door Chinezen. Leuk voor Siberische vrouwen die een nuchtere man willen.

Het gaat dus om de VS, China en Europa. Sinds Obama (nazaat van een Friese Obbema, las ik van de week in de krant, want die schrijft ook alles maar over) aan de macht is/komt, zijn de VS weer helemaal terug en China kennen we natuurlijk ook al lang. Overigens heeft China maar 6% van het GDP van de wereld, Japan 8%, de VS 25% en de Eurozone 31%.

Europa is de grootste economie van de wereld dus en meneer Khanna ziet Europa (dus) ook als een wereldmacht. Als inwoner sta ik daar helemaal nooit bij stil. Ik zie de EU als een stuurloos zooitje en ik heb tegen de Grondwet gestemd. Niet trouwens omdat ik tegen Europa ben, integendeel, maar omdat ik het onverteerbaar vond dat de EU geen democratie wil zijn, maar een clubje waar het parlement weinig te vertellen heeft en de regering (commissie) heel veel, zonder veel verantwoording af te leggen. Ja, aan regeringen, maar dat vind ik een tikkeltje te indirect. Ik heb overigens altijd moeite gehad met tegenstemmen en ik heb me er trouwens ook over verbaasd dat mijn redenering nooit erg populair is geweest. Behalve bij Sammy van Tuyll (en ook nog van Serooskerken) van de Liberaal Democratische Partij, maar daar hebben niet zoveel mensen naar geluisterd.

Eigenlijk ben ik dus erg voor Europa en het leuke is dat Khanna daar allerlei argumenten voor geeft. Zo hebben de criteria van Kopenhagen een weldadige invloed op aspirant-lidstaten en doen ook nieuwe leden, zoals Estland, hun best om grenslanden als Oekraïene te helpen eraan te voldoen. Kortom, de verleidingen van het lidmaatschap van de EU brengen allerlei landen ertoe om hun instituties te versterken, iets minder corrupt te doen, enz., enz., zodat ze uiteindelijk ook kunnen delen in de welvaart die Europa verspreidt. Leuk toch?

De EU blijkt ook een onzichtbaar, maar daarom nog niet ineffectief buitenlands beleid te hebben, waarmee in de Kaukasus en zelfs in Centraal-Azië landen en bewegingen gesteund worden die voor een betere spreiding van macht en welvaart ijveren. En en passant wordt er ook nog af en toe een oliepijplijntje de goeie kant op aangelegd.

Ik vind dat we dat goed doen. Weg met alle populistische verhalen over Eurocraten die hun zakken vullen, onze nationale wetgeving bepalen en de EU als business club. Niet dat er niks van klopt, maar er gebeurt ook nog wel wat anders.

En Turkije hoort er ook gewoon bij. Een ontwikkelde, democratische, seculiere staat die grenst aan heel wat achterlijkere landen als Bulgarije en Griekenland. Aansluiten svp. Dat is trouwens al lang geregeld. Hoe zat het nou ook al weer met die Grondwet?